geschiedenis
duurzame wijnbouw
vrijwilligers
landgoed slichtenhorst
wijnbouw in nederland
seizoenen

Wijnbouw in Nederland

Tot voor kort werd verbaasd gereageerd als men hoorde van wijnbouw in Nederland. Maar wijnbouw is zeker niet nieuw in Nederland. In de tijd van de Romeinen was er wijnbouw tot aan de grote rivieren en in de late middeleeuwen (15e en 16e eeuw) was wijnbouw zelfs meer algemeen. Vanaf de 17e eeuw verdween deze weer, door het tijdelijk koudere klimaat (kleine ijstijd), door de sterkere buitenlandse handel, de opkomst van bier en de accijns die Napoleon oplegde ter bescherming van de eigen Franse wijnbouw.
Er was nog wel een eeuw lang kasdruiventeelt voor tafeldruiven in het Westland, maar deze verdween als gevolg van de energiecrisis rond 1970. Pas rond 1980 kwamen weer de eerste wijngaarden, eerst in Zuid-Limburg, daarna ook in de rest van Zuid-Nederland.
In 1997 waren er 8 commerciële wijnbouwbedrijven met een oppervlakte van 1 hectare of meer. Deze gebruikten de klassieke druivenrassen Riesling, Müller Thurgau, Dornfelder, Pinot Gris, Pinot Noir en Chardonnay. De klassieke rassen hebben twee nadelen: ze zijn gevoelig voor meeldauw en ze rijpen zelfs in Limburg niet elk jaar goed af.

Sinds enkele jaren zijn er nieuwe druivenrassen die weinig gevoelig zijn voor meeldauw. Deze rassen zijn ontwikkeld bij Duitse onderzoeksinstituten, op zoek naar een oplossing voor het probleem van de valse meeldauw. Verder rijpen ze drie weken eerder af dan de klassieke rassen. Met deze nieuwe rassen is de wijnbouwzone een paar honderd kilometer naar het noorden opgeschoven: de noordelijke wijnbouwgrens ligt niet meer bij Maastricht maar bij de Waddeneilanden. Nederlandse agrariërs hebben zoiets zo'n 30 jaar geleden ook al meegemaakt met de maïs: nieuwe vroeg rijpende rassen maakten ook toen de teelt in Noord Nederland mogelijk.
De nieuwe druivenrassen zijn ontstaan via kruisingen met de wilde Amerikaanse druif. Het doel was het inkruisen van meeldauwresistentie, maar de Amerikaanse druif bezit vroegrijpheid als neveneigenschap en die is ook meegekruisd. Voor ons Hollanders is deze vroegrijpheid een belangrijk extraatje, want dat maakt de druiventeelt in heel Nederland mogelijk en zelfs op een milieuvriendelijkere manier dan in de traditionele wijnlanden als bijv. Frankrijk.

In 2003 waren er naar schatting 25 commerciële wijngaarden waaronder toen ook al Wijngaard Aan de Breede Beek. Een commerciële wijngaard is een wijngaard met een opp. van 1 ha. of groter.

Er vindt in 2004 voor het eerst de Nationale wijnkeuring plaats door een onafhankelijk panel welke de wijnen beoordeelt volgens de internationale puntentelling opgesteld door het OIV. Voorheen werden de wijnen door de wijngaardeniers bij een jaarvergadering van het Gilde beoordeeld. De kwaliteit van de Nederlandse wijnen is daardoor objectief te beoordelen en te zien is dat de wijnen steeds beter scoren: de kwaliteit neemt toe, door toegenomen kennis en ervaring.

Toekomst

Naar verwachting zal de uitbreiding van de Nederlandse wijngaarden zich afvlakken. Na de honeymoon fase realiseert men zich dat het telen van druiven en het maken van wijn niet alleen maar romantiek is. Er zijn vele investeringen nodig, er moet hard gewerkt worden en er zijn ook tegenslagen. Dit alles maakt dat de druiventeelt meer en meer tot volwassenheid komt.

In de toekomst ligt het accent vooral bij kwaliteitsverbetering en betere profilering van de Nederlandse wijnbouw.

Elke wijngaard zal, gebruikmakend van zijn eigen mogelijkheden voor wat betreft terroir, ligging (meso-klimaat of klimaat in de eigen wijngaard) en de hand van de wijnmaker tot zijn eigen wijnen komen.

kaartje wijnbouw in nederland 1997

wijnbouw in nederland 2003